De meest betrouwbare manier om dit te controleren is een CM-meting, ook wel carbidmeting genoemd.
CM-meting door Chemsta
Als onderdeel van de projectbegeleiding biedt Chemsta ook professionele CM-metingen aan. Hiermee wordt het vochtgehalte in de zandcementdekvloer nauwkeurig vastgesteld, zodat verwerkers, aannemers en particulieren precies weten waar ze aan toe zijn.
Door deze metingen in sommige gevallen al tijdens het bouwproces uit te voeren, kunnen risico’s op vocht gerelateerde schade tijdig worden beperkt. Bovendien ontstaat er duidelijkheid richting oplevering: een onafhankelijke en correct uitgevoerde CM-meting voorkomt discussie en geeft zekerheid over het restvochtpercentage in de vloerconstructie.
Zo combineert Chemsta technisch advies met praktische ondersteuning voor uw nieuwe cementdekvloer op de bouwplaats — een aanpak die zorgt voor controle, vertrouwen en een voorspelbare planning.
Benieuwd naar de mogelijkheden? Neem contact met ons op.
Wat is een CM-meting?
Een CM-meting (calciumcarbide meting) is een betrouwbare meetmethode om het vochtgehalte in een zandcementdekvloer nauwkeurig vast te stellen. In tegenstelling tot oppervlakkige metingen wordt bij een CM-meting daadwerkelijk een monster uit de dekvloer genomen. Hierdoor meet u het restvocht diep in de vloer en niet uitsluitend aan de bovenzijde. Zo weet u dus of de vloer écht goed droog is.
Binnen de bouwsector geldt de CM-meting als de officiële en meest betrouwbare standaard voor het bepalen van het vochtpercentage in dekvloeren. Dankzij deze methode kunnen verwerkers, aannemers en particulieren met zekerheid vaststellen of een vloer voldoende droog is voor verdere afwerking, zoals het leggen van tegels, PVC of parket.
Waarom kiezen voor een CM-meting?
Er bestaan meerdere manieren om vocht te controleren, maar de CM-meting wordt gezien als de meest betrouwbare. De reden daarvoor is eenvoudig: de meting reageert op werkelijk aanwezig water in het materiaal en niet op indirecte indicatoren zoals temperatuur of luchtvochtigheid.
Daarom wordt de carbidmeting (CM-meting) in de praktijk ook gezien als de juridisch geldige methode bij discussies over de oplevering van zandcementdekvloeren. Bij geschillen over vochtproblemen of schade aan vloerafwerkingen geldt de CM-meting als officieel bewijsmiddel om het werkelijke restvochtpercentage vast te stellen.
Ontstaat er bijvoorbeeld schade aan PVC, tegels of parket en moet worden aangetoond of de ondervloer voldoende droog was, dan wordt vrijwel altijd teruggegrepen op de CM-meting. Deze methode biedt een objectieve en erkende basis voor beoordeling, juist omdat het vochtgehalte in de constructie zelf wordt gemeten en niet alleen aan het oppervlak.
Een te hoog restvocht kan namelijk grote gevolgen hebben. Denk aan loslatende tegels, opbollend PVC of verkleuring van coatings. In zulke gevallen blijkt vaak dat de vloer simpelweg nog niet voldoende droog was.
Hoe werkt een CM-meting?
De carbidmeting maakt gebruik van een chemische reactie. Aan een fijngemalen vloermonster wordt calciumcarbide toegevoegd. Zodra dit in contact komt met vocht ontstaat acetyleengas. Dit gas veroorzaakt druk in de afgesloten meetfles.
Hoe meer vocht aanwezig is, hoe hoger de druk oploopt. Die druk wordt vervolgens afgelezen op een manometer en omgerekend naar het vochtpercentage van de vloer.
De waarde wordt uitgedrukt in CM-%. Voor de meeste vloerafwerkingen geldt dat een cementdekvloer maximaal ongeveer 2 CM-% restvocht mag bevatten voordat er verder gewerkt wordt.
Stappenplan van een CM-meting
Stap 1 – Monster nemen uit de ondergrond
De vloer wordt eerst schoongemaakt zodat alleen het daadwerkelijke materiaal wordt getest. Daarna wordt met hamer en beitel een monster genomen uit de cementdekvloer, meestal tot minimaal vijf centimeter diepte. Het is belangrijk dat niet alleen het oppervlak wordt bemonsterd, omdat de bovenlaag in het algemeen vaak al droger is dan de kern.
Stap 2 – Monster verbrijzelen
Het verkregen materiaal wordt fijngemaakt. De bovenste laag mag niet worden meegenomen in de afgewogen 50 gram. Grove delen worden verwijderd zodat een representatief poeder ontstaat. Vervolgens wordt het monster gewogen. Voor een cementdekvloer wordt doorgaans ongeveer vijftig gram gebruikt om een nauwkeurige meting te krijgen.
Stap 3 – Vochtgehalte meten
Het fijngemalen monster gaat samen met het calciumcarbide in de meetfles. Daarbij worden vier stalen kogels toegevoegd die tijdens het schudden de glazen ampul kapotslaan, waardoor het calciumcarbide vrijkomt in de meetfles. Na het sluiten van de fles begint de chemische reactie. De druk wordt afgelezen en het restvochtpercentage wordt bepaald.
Is de waarde hoger dan 2 CM-%, dan is de vloer nog niet geschikt voor afwerking. Sommige vloerleveranciers hanteren andere waarden. Het is daarom altijd goed om met uw vloerleverancier te overleggen welke restvocht waarde noodzakelijk is.
Alternatief: de folietest
Soms wordt als snelle indicatie een stuk folie van ongeveer 50 bij 50 centimeter op de vloer geplakt. Ontstaat er condens onder het folie, dan bevat de vloer nog vocht.
Hoewel deze methode een indruk kan geven, is hij niet betrouwbaar genoeg voor oplevering of garantie. De test meet namelijk alleen oppervlakkig vocht en reageert sterk op temperatuurverschillen. Daarom wordt hij vooral gebruikt als snelle controle op de bouwplaats, niet als officieel meetresultaat.
Conclusie
De CM-meting is de meest betrouwbare manier om het restvocht in een cementdekvloer vast te stellen. Omdat de methode gebaseerd is op een chemische reactie in een daadwerkelijk vloermonster, geeft deze een realistisch beeld van de droging van de cementdekvloer.
Voor aannemers, vloerenleggers en opdrachtgevers is dit essentieel. Te vroeg afwerken kan leiden tot kostbare schade op langere termijn, terwijl een correcte meting zekerheid geeft dat de vloer klaar is voor de volgende stap in het bouwproces.
Benieuwd hoe wij u kunnen helpen? Neem contact op met onze specialisten.