D-waarden
Vanuit NEN 2741:1982 hebben we voor dekvloeren gewerkt met een druksterkte-codering D. Deze D-waarde weerspiegelde de gemiddelde druksterkte van een cementgebonden mortel na 28 dagen vanuit de gestandaardiseerde drukproef met prisma’s (teststukken) met een afmeting 160x40x40 [mm].
Zo kennen we de laagste D-waarde D15 met een gemiddelde druksterkte van 15 N/mm2. Deze waarde was geschikt voorde meeste toepassingen zoals in de woningbouw. Voor kantoren en industriële gebouwen kennen we D-waarden van D20 en D30. Voor vloeivloeren kennen we de codering GD, bijvooorbeeld GD-12.
C- en Cw-waarden
Sinds 2001 werken we met NEN 2741:2001 waarbij we gebruikmaken van C-waarden of Cw-waarden waarbij de C-waarde de druksterktewaarde weergeeft gemeten in een geconditioneerde omgeving ofwel testlaboratorium.
De gestelde Cw-waarde is de minimale druksterktewaarde die gehaald moeten worden door in het werk het materiaal uit te boren na verharding om deze vervolgens te testen.
De Cw-waarde ligt in het algemeen 20% tot 40% lager dan de C-waarde en wordt als meest reële waarde gezien voor een dekvloer.
We kennen:
- Cw-20: Geschikt voor woningen, kantoren, scholen, winkels en garages.
- Cw-30: Hoge sterkte, vaak toegepast in industriële of zwaar belaste toepassingen.
- Cw-50: en hoger Zeer hoge druksterkten voor specifieke, zware toepassingen.
Meest voorkomende is Cw-20.
Dit betekent dat minimaal 20 N/mm2 gehaald moet worden uit een proefmonster uit het werk. 20 N/mm2 = 20.000.000 N/m2 = 2.000.000 kg/m2 → is hoog. Ter vergelijking: dat zijn ongeveer 1160 personenauto’s op een vierkante meter.
Controle op druksterkte
De druksterkte wordt in Nederland vaak gecontroleerd volgens NEN-EN 13813 (CT-C20-F4).